Een goed familiespel is lastiger te vinden dan je zou denken. Kinderspellen vervelen de volwassenen na twee potjes, en wat ouders zelf graag spelen duurt te lang of heeft een spelregelboekje van twintig pagina’s. De spellen hieronder zitten daar precies tussenin.
Waar we op letten:
- In tien minuten uitgelegd. Na de eerste ronde snapt iedereen het.
- Kinderen kunnen echt winnen. Een slimme achtjarige maakt een kans tegen een volwassene, zonder dat iemand hoeft in te houden.
- Hooguit drie kwartier. Dan wil iedereen nog een potje in plaats van dat de jongste afhaakt.
- Iedereen doet steeds mee. Weinig wachten tot je weer aan de beurt bent.
Bij elk spel staat wat het vandaag kost bij de winkels die het op voorraad hebben. Die prijzen lezen we elke ochtend opnieuw.
Om mee te beginnen
Heb je thuis nog weinig spellen, begin dan hier. Deze drie worden al jaren in gezinnen gespeeld, en dat is niet voor niets.
Carcassonne is het spel waar veel mensen mee begonnen zijn. Om de beurt trek je een tegel en leg je die aan: zo bouwen jullie samen een landschap met steden, wegen en kloosters. Zet je er een van je poppetjes op, dan krijg je punten als dat stuk af is. Kinderen vanaf zeven jaar spelen het zonder hulp mee, en volwassenen ontdekken na een paar potjes hoe je elkaars steden overneemt.
Ticket to Ride Europa draait om treinkaarten verzamelen en routes tussen steden claimen. Je hebt geheime opdrachten (verbind Amsterdam met Wenen) en ziet ondertussen iemand anders precies de route pakken die jij nodig had. Het spel zit snel in je hoofd, en het bord met de kaart van Europa werkt goed op kinderen die net topografie op school hebben.
Kingdomino is de snelste van de drie: in een kwartier bouwt iedereen een koninkrijkje van dominostenen. De keuze is steeds klein (welke tegel neem ik?), maar de beste tegel nemen betekent dat je de volgende ronde als laatste kiest. Ideaal voor gezinnen met jongere kinderen.
Mooi en rustig puzzelen
Voor gezinnen die liever puzzelen dan elkaar dwarszitten. Iedereen werkt aan een eigen bord, dus er is weinig gedoe, maar je let wel op wat de anderen nodig hebben.
Azul ziet er prachtig uit: zware tegels in felle kleuren waarmee je een muur betegelt. Je pakt tegels van één kleur uit het midden, en wat niet past valt op de grond en kost punten. Na één ronde snapt iedereen het; na tien potjes ontdek je nog nieuwe trucjes.
Cascadia laat je een stuk natuur bouwen met bossen, rivieren en bergen, en daar dieren in zetten. Beren willen in paartjes, zalmen in een lange rij, vossen tussen andere dieren. Het is een rustig spel, maar je wilt toch steeds net die ene tegel die iemand anders pakt. Vanaf een jaar of tien.
Harmonies lijkt op Cascadia, maar je stapelt gekleurde schijfjes tot bomen, bergen en rivieren en lokt daar dieren mee naar je landschap. Het is nieuwer, kleiner en sneller op tafel. Een goede keuze als je Cascadia al hebt of iets compacters zoekt.
Samen tegen het spel
In een coöperatief spel winnen of verliezen jullie samen. Dat werkt goed met kinderen die slecht tegen hun verlies kunnen, en met broers en zussen die elkaar anders te fanatiek dwarszitten.
Het Verboden Eiland is de klassieker van dit rijtje. Jullie zijn avonturiers op een eiland dat langzaam onder water loopt, en je moet vier schatten vinden voordat het helemaal verdwijnt. Iedereen heeft een eigen rol met een eigen kracht, dus iedereen is nodig. Een potje duurt een half uur en is vaak tot de laatste beurt spannend.
Just One is een woordspel voor drie tot zeven spelers. Eén speler raadt een woord; de rest schrijft stiekem elk één hint op. Dubbele hints worden weggestreept voordat de rader ze ziet, dus je moet origineel zijn, maar niet té. Het levert veel gelach op, en lezen en schrijven is de enige vaardigheid die je nodig hebt.
Met de hele familie aan tafel
Opa en oma erbij, de neven en nichten ook? Dan heb je een spel nodig waar acht mensen tegelijk mee kunnen spelen zonder dat het een uur duurt.
Dixit heeft een stapel kaarten met dromerige tekeningen. De verteller kiest er een en zegt er een woord of zin bij; de anderen leggen een kaart uit hun hand die daar ook bij past. Daarna raadt iedereen welke kaart van de verteller was. Te makkelijk en je verliest punten, te vaag ook. Kinderen zijn hier vaak verrassend goed in.
Codenames speel je in twee teams. Een teamleider geeft één woord als hint en een getal, en het team moet de goede woorden op tafel aanwijzen zonder het verkeerde te raken. Het werkt het best met vier of meer spelers, vanaf een jaar of tien.
Flip 7 is het makkelijkste spel in dit stuk en past in je broekzak. Je draait kaarten om en telt de punten op, tot je stopt of een nummer twee keer trekt: dan heb je die ronde niets. Het is een gokspel, maar wel een met een spannende keuze bij elke kaart, en het werkt met drie tot heel veel spelers.
Klein, goedkoop en mee op vakantie
Kaartspellen in een klein doosje, voor op de camping, in de trein of als cadeautje. De meeste kosten minder dan twintig euro.
- Sushi Go!: kaarten kiezen en doorgeven, sets van sushi verzamelen. Kinderen vanaf acht snappen het meteen.
- Gesjaakt: neem je de kaart met minpunten, of betaal je een fiche om hem door te schuiven? Een klassieker voor drie tot zeven spelers.
- The Mind: samen kaarten in oplopende volgorde spelen, zonder te praten. Klinkt onmogelijk, en dat is het eerste potje ook.
En Catan dan?
Catan staat in veel kasten, en terecht: handelen en bouwen werkt prima met kinderen vanaf tien. Maar een potje duurt al snel anderhalf uur en het is pas echt leuk met drie of vier spelers. Is dat bij jullie geen probleem, dan is het een goede keuze. Anders kun je beter met een van de spellen hierboven beginnen.
Past jullie gezin er niet in?
Elk gezin is anders. Spelen jullie met een kind van zes en een puber van veertien, of zoek je iets voor alleen jullie tweeën als de kinderen in bed liggen? Vertel ons wie er meespelen en we zoeken drie spellen die nu op voorraad zijn.